Stelling: ‘Als je er niet om hoeft te vechten, zijn ze niet de beste’

Voor het komend jaar verwachten organisaties meer geld uit te gaan geven aan social media/sourcing*. De verhoogde aandacht voor sourcing is een trend die al langer zichtbaar is. Als klein landje met een enorme concurrentie op de arbeidsmarkt, met een van de laagste werkloosheidscijfers in Europa, hebben we de schroom achter ons gelaten om, onder de naam van de eigen organisatie, potentiele kandidaten bij concurrenten rechtstreeks te benaderen.

Dit Angelsaksische model van headhunting bij de concurrent wordt steeds meer omarmd. Bedrijven (en recruiters) begrijpen steeds beter dat gebouwen, machines, systemen, etcetera gekocht kunnen worden maar dat het verschil in concurrentievermogen gemaakt wordt door hun personeel. In dit denken accepteert men niet langer de beste sollicitant aan te nemen, maar de beste kandidaat.

Ofwel ‘Als je er niet om hoeft te vechten, zijn ze niet de beste’. Het idee hierachter is tevens dat, net als in topsport, bankzitters niet de outperformers (of beste spelers) zijn. Van reactief werven naar proactief searchen en talent sourcing dus.

Tijd voor een nieuwe stelling over de kwaliteit van passieve versus actieve kandidaten! Ben je het eens of oneens met de oude recruiter-wijsheid ‘Als je er niet om hoeft te vechten, zijn ze niet de beste’?

Stem en geef je mening:

[polldaddy poll=7069211]

* Uit het boek Recruitment kengetallen, Werf& Media (vanaf 9 juli 2013 verkrijgbaar)

Jacco Valkenburg

Jacco Valkenburg is oprichter van Recruit2 en Recruiting Roundtable, een onafhankelijk recruitment expert, trainer, en tevens auteur van meerdere boeken over recruitment (30.000 exemplaren verkocht). Sinds 1996 staat hij internationale organisaties bij in het verbeteren of uit handen nemen van het werving- en selectieproces.

Jacco Valkenburg has 616 posts and counting. See all posts by Jacco Valkenburg

3 gedachten over “Stelling: ‘Als je er niet om hoeft te vechten, zijn ze niet de beste’

  • 16/05/2013 om 09:47
    Permalink

    Super gave stelling, leuk! 🙂

    Zelf zat ik te twijfelen tussen eens en oneens, maar heb uiteindelijk ‘oneens’ aangekruist. Reden hiervoor is dat er geen rekening wordt gehouden met het employer brand. Als die goed is dan komen de besten óf vanzelf naar je toe óf het wordt op zijn minst een stuk makkelijker om die persoon over te halen om naar jou toe te komen. Dat je voor de allerbesten toch nog steeds moeite moet doen, ja dat blijft m.i. gewoon bestaan.

  • 16/05/2013 om 15:37
    Permalink

    In de huidige markt vind ik deze stelling echt niet opgaan. Een heleboel ontzettend goede mensen zit ongewenst thuis. Het ligt uiteraard wel sterk aan branche en beroep. In mijn ogen wordt er door het vele gebruik van selectie software te veel naar papiertjes en te weinig naar softskills gekeken. Juist persoonlijkheden, normen en waarden die goed matchen en daardoor plezierig samenwerken zullen geneigd zijn bij de organisatie te blijven. Terug naar de menselijke maat, minder homo economicus en trots zijn op je werkplek. Ik bijf een idealist. 😉

  • 27/05/2013 om 16:19
    Permalink

    Een paar jaar geleden zou ik het met de stelling eens geweest zijn. Inmiddels heb ik bij de laatste reorganisatie in mijn organisatie gezien dat ‘goed zijn’ en ‘mogen blijven’ lastig aan elkaar te relateren zijn.
    Ten eerste zagen veel echt goede mensen de nieuwe organisatie niet zitten en kozen voor de laatste kans op een goede ontslagpremie en ten tweede bleek management affiniteit (ben ik enthousiast over mijn baas ongeacht wat hij/zij doet) belangrijker dan kwaliteit.
    Overigens ben ik het met Monica eens. Papiertjes scoren blijkt in de praktijk vele malen makkelijker dan het geleerde effectief in de praktijk brengen en klinkende resultaten behalen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.